Toen en nu

Toen Israël uit Egypte trok,
het huis van Jakob uit een volk met een vreemde taal,
werd Juda Zijn heiligdom,
Israël Zijn koninklijk bezit.

De zee zag het en vluchtte,
de Jordaan deinsde achteruit,
de bergen sprongen op als rammen,
de heuvels als lammeren.

Wat was er, zee, dat u vluchtte,
Jordaan, dat u achteruit deinsde?
Wat was er, bergen, dat u opsprong als rammen,
en u, heuvels, als lammeren?

Beef, aarde, voor het aangezicht van de Heere,
voor het aangezicht van de God van Jakob,
Die de rots veranderde in een waterplas,
hard gesteente in een waterbron.

Bovenstaande psalm 114 is er eentje die ik zomaar willekeurig uit het bijbelboek Psalmen heb geplukt. Hiermee wil ik je iets vertellen over het toen en nu. Hoe moeten we deze eeuwenoude teksten toepassen in het technologisch geavanceerde heden? Kun je überhaupt zulke oude teksten nog wel serieus nemen, laat staan toepassen op je eigen leven?

De mensheid is een heel eind gekomen. Dankzij de moderne wetenschap hebben we geen enkele reden meer om goden te aanbidden of in wonderen te geloven. Wij zijn vooral rationeel. We zijn wel tolerant voor religies, maar begrijpen eigenlijk niet zo goed waarom mensen daar nog aan doen. Onze technologie stelt ons in staat om ons eigen leven te leiden, zonder dat we daarbij hulp nodig hebben van het bovennatuurlijke.

Wat moeten we dan met een boek als de bijbel? Kunnen we die zomaar afschrijven als een sprookjesboek, een geschiedenisboek of een boek waar je alleen maar mooie inspiraties uit kunt halen? Bovenstaande psalm spreekt immers over dat de aarde beeft voor het aangezicht van God. Hoe serieus moet je zoiets nemen? De aarde beeft wel eens, maar dat is het resultaat van tektonische platen die tegen elkaar wrijven. Wat heeft dat met God te maken?

Om het antwoord hierop te vinden moeten we diep graven in onszelf. Het antwoord ligt in onze menselijkheid. Een grote valkuil daarbij is om te denken dat we nu veel slimmer zijn dan de mensen van toen. De evolutietheorie leert ons immers dat de mensen in de oertijd amper met elkaar konden communiceren en dat ze er een uiterst primitieve leefwijze op na hielden. Dat idee is echter een bedenksel van mensen die graag zichzelf een schouderklopje willen geven. Ze willen graag méér zijn dan hun voorouders.

Er is nooit een tijd geweest dat mensen dommer waren dan nu. Sterker nog, het is eigenlijk andersom. Door het steeds doorgaande proces van degeneratie (elke nieuwe generatie heeft minder genen dan de vorige) en ook door de technologische vooruitgang bezitten wij veel minder intelligentie dan onze voorouders. Het enige dat beter is geworden is de technologie. Dit is ten koste gegaan van ons denken.

Daarom hebben wij een boek als de bijbel juist zo hard nodig! Daarin zijn wijsheden te vinden die we met al onze moderne techniek zijn kwijtgeraakt. Lees maar eens de spreuken van Salomo. Daar kun je veel wijze levenslessen uit halen, ook als je niet in God gelooft. Salomo’s levenservaring wordt nog waardevoller weergegeven in het bijbelboek Prediker. En dat is nog maar het topje van de ijsberg.

En dan komt het moeilijke. We hebben geconcludeerd dat de mens van nu niet méér is dan de mens van toen. Wat moeten we dan met de aanbidding van goden? En dan hebben we het nog niet eens over de God waar de bijbel om draait. Als de mensen van toen het allemaal zo goed wisten, dan moet hun geloof in God ook gebaseerd zijn op feiten. Koning David schreef psalmen voor God omdat hij zelf persoonlijk veel met God had meegemaakt. In het Nieuwe Testament schrijft Paulus over zijn eigen ervaringen met Jezus, terwijl hij Hem nooit in levenden lijve heeft ontmoet. Dit zijn échte ervaringen van mensen die écht geleefd hebben.

Wat de aanbidding van afgoden betreft kun je je afvragen of wij tegenwoordig wel echt zoveel anders zijn dan de mensen van toen. Bij de afgodendienst hoorden rituelen. Men moest dingen doen om hun goden tevreden te houden. Klinkt dat misschien bekend? Een moderne afgod is geld. Mensen doen ook nu nog de meest vreselijke dingen om rijk te worden. Een andere afgod is eten. Obesitas is een steeds groter wordend probleem. Je wilt graag afvallen, maar dat lukt niet omdat je zo van lekker eten houdt.

Ook in deze nieuwe tijden is God nog steeds dezelfde. Zijn immens grote liefde is niet alleen voor de mensen die in bijbelse tijden leefden, maar ook voor ons! God houdt van jou zoals je bent. Hij kent jou door en door. Als jij Hem wilt leren kennen, dan kan dat door te bidden en de bijbel te bestuderen. Dat is wel een hele kluif, vooral omdat de bijbel geschreven is in een heel andere cultuur dan wij gewend zijn. Die vertaalslag is moeilijk te maken. Maar met de juiste bronnen (bijbelstudies, concordanties enz.) kun je in de bijbel heel mooie ontdekkingen doen.

Dan kom je tot de conclusie dat de tijden helemaal niet zo anders zijn dan toen. Of eigenlijk moet ik zeggen dat ménsen niet veranderd zijn. Wij zijn nog steeds even zondig als onze voorouders. Daarom hebben we God nodig. Dat geldt voor alle tijden. Toen en nu.

Een gedachte over “Toen en nu

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s