Autisme en ik – deel 11: inertie

Het woord inertie zal je waarschijnlijk heel vaag bekend voorkomen. Je moet even diep in je geheugen graven om je te herinneren wat het ook alweer is. Tijdens de natuurkundelessen op de middelbare school heeft je leraar het vast wel eens over inerte gassen gehad. Dat zijn gassen die niet met andere stoffen reageren. Dat klopt niet helemaal, ze willen wel reageren maar die reactie komt zo langzaam op gang dat het lijkt alsof ze nergens mee reageren.

Het woordje inertie heeft dus te maken met traagheid. Denk maar eens aan de wet van de massatraagheid. Ja, ik stel je natuurkundekennis vandaag even flink op de proef! Hoe meer massa, hoe meer energie het kost om deze massa in beweging te krijgen. Denk maar eens aan een optrekkende vrachtwagen. De chauffeur moet flink wat gas geven om de loodzware wagen in beweging te krijgen. Andersom geldt dat als de vrachtwagen eenmaal flink wat snelheid heeft, er weer heel veel energie nodig is om hem weer tot stilstand te krijgen.

Wist je dat inertie ook gerelateerd kan zijn aan autisme? Dat kan in de kleine dingetjes zitten, maar het kan ook heel groot en levensveranderend zijn. Om een voorbeeldje te geven: bijna iedereen heeft een hekel aan schoonmaken, vooral het toilet. Je moet echt een stukje discipline opbouwen om dat met enige regelmaat te doen. Voor een autist is het nóg moeilijker om daar aan te beginnen dan voor neurotypische (=“normale”) mensen. We kunnen er heel lang tegenaan hikken en er dagenlang mee in het hoofd lopen te malen. Maar als een autist eenmaal eraan begonnen is, wil hij/zij ook meteen de badkamer aanpakken, afstoffen en stofzuigen.

Om een voorbeeld te geven van grote, ingrijpende gebeurtenissen die met inertie te maken hebben, wil ik je iets heel persoonlijks vertellen. Voordat ik mijn vrouw leerde kennen heb ik welgeteld één vriendinnetje gehad. Zo verliefd als ik op haar was, was ik nooit eerder geweest. Ik pakte dat echter helemaal verkeerd aan en zij wees me heel gauw af. Ik kon die afwijzing maar moeilijk verkroppen en dat merkte zij dan ook weer. Naarmate zij me wat beter leerde kennen, begon ze me toch wel heel interessant te vinden, alleen was ze niet verliefd. Elke keer als ze mij aantrok, kwam ik te dichtbij en duwde ze me weer weg. Zo hebben we ongeveer een jaar lang aangemodderd voordat het officieel een relatie werd. De spreekwoordelijke vrachtwagen kwam langzaam in beweging.

Ik was dolblij dat ik eindelijk een vriendinnetje had en dus ging ik als een speer! Zij had echter die inertie niet en ze twijfelde. Ik trok me daar niks van aan. Na een half jaar vroeg ik haar ten huwelijk, waarop ze spontaan “ja” antwoordde. Toch bleef ze twijfelen en nog een half jaar later verbrak ze de relatie.

Mijn wereld stortte in, ik kon er niet bij dat iemand die zo goed bij me paste bij me weg zou gaan. Nadat het uit was ben ik nog best vaak met haar op stap geweest. We hebben drie jaar later zelfs nog een poging gedaan om er alsnog wat van te maken, maar ook dat hield geen stand. Uiteindelijk hebben we besloten om geen contact meer te hebben, want anders zouden we er nooit uitkomen.

Dat hielp wel, maar in mijn hoofd bleef ik nog jaren denken dat zij de ware voor mij was. Daar kwam pas verbetering in toen ik mijn vrouw ontmoette. Dat ging wél heel vlot. Ik had veel geleerd van mijn eerste relatie en maakte veel minder fouten. Dat had tot resultaat dat we na ongeveer veertien maanden verkering al getrouwd waren.

Ook in mijn huwelijk speelde inertie een grote rol. Ik was nog zo gewend aan het vrijgezellenleven dat ik er veel moeite mee had om bepaalde gewoonten los te laten. Bijvoorbeeld elke ochtend tijdens het ontbijt mijn Facebook bijwerken, zonder aandacht te hebben voor het gezin. Of elke maand naar de bioscoop. Het heeft jaren geduurd voordat mijn rol binnen het gezin me een beetje eigen werd.

Toen ik al bijna twee jaar getrouwd was gebeurde er iets waar ik nogal van schrok. De beheerder van de Whatsapp-groep van mijn vrienden voegde ineens mijn ex toe aan de groep. Mijn schrikreactie was om meteen de groep te verlaten. Blijkbaar was de inertie in mij nog steeds aanwezig, de vrachtwagen was nog niet helemaal tot stilstand gekomen.

Een jaar later kwam ik mijn ex tegen op een verjaardagsfeestje. Dat viel me alleszins mee. Ik maakte gewoon een praatje met haar en er was eigenlijk weinig tot niets meer over van wat wij met elkaar hadden gehad. Dat was een pak van mijn hart en ik besefte dat ik eindelijk de stilstand had bereikt. Ik werd weer lid van de groep en we hebben daarna een paar leuke activiteiten met elkaar gehad, waar mijn ex ook bij was. Ze had inmiddels ook een nieuwe vriend en daar had ik totaal geen moeite mee. Nu is ze met hem getrouwd en ik wens hen samen het allerbeste toe.

Ik hoop dat ik je hiermee een goed beeld heb gegeven van hoeveel invloed inertie kan hebben op het leven van een autist. Dit is iets wat helaas niet af te leren is, het is een onderdeel van de werking van onze hersenen. Autisten zijn nu eenmaal anders. Niet minder, alleen anders. Soms moet je veel geduld hebben met een autist en ik begrijp dat niet iedereen dat kan. Nu heb je hopelijk een beetje duidelijkheid over het hoe en waarom.

Een gedachte over “Autisme en ik – deel 11: inertie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s